Leeuwarder Madrigaalkoor

Concert LMK op 29 februari 2020

Grote of Jacobijner kerk in Leeuwarden

Schmücke dich

In hetzelfde jaar dat Bach de Johannespassion componeerde schreef hij voor de 20ste zondag na Trinitatis, toen 22 oktober 1724 de cantate Schmücke dich o liebe Seele. Het is een koraalcantate. Centraal staat het avondsmaalslied uit 1649 van Johann Franck en de melodie van Johann Crüger, die ook samen Jesu meine Freude schreven. De sopranen zingen in het openingskoor het eerste couplet van het koraal. In het derde deel wordt het tweede couplet solo gezongen door de sopraan met een snelle obligate baspartij voor de violoncello piccolo. Met het laatste couplet van het koraal wordt de cantate met koraalzang afgesloten. De cantate begint feestelijk in 12/8 maat als was het een dans. Hoe kan het ook anders met een test als 'Tooi je feestelijk'. Dan volgt de tenor-aria met een obligate fluitpartij, al even vrolijk met een hupsakee ritme waarbij de nadruk op kee valt. Het ligt voor de hand gezien de consequente herhaling dat hier een vasthoudende hand op de deur klopt: Ermuntre dich, dein Heiland klopft. Bach is retorisch op dreef. Het openen van de deur van het hart gaat gepaard met een stijgende sequens van snelle tonen. Lust en vreugde gaan gepaard met een stijgende toonladder over twee octaven in de fluitpartij. Bach moet indertijd, gezien de virtuoze fluitpartij, over uitstekende fluitist beschikking hebben gehad. Zo’n fluitist hebben we ook de 29ste februari. De sopraanaria, ook al vrolijk, gaat over de Heer die de zon des levens is. Bach schetst prachtig die zonnestralen door afwisselend drie tonen in verschillende instrumentengroepen te laten spelen op momenten wanneer de rest van het orkest, dat overwegend massaal unisono speelt, zwijgt. Het avondmaal is bij Bach een groot feest dat je niet mag missen.

Dat geldt ook voor het concert van 29 februari (20.00 uur / Grote Kerk Leeuwarden)


Brich dem Hungrigen dein Brot


Leipzig 1726. Johann Sebastian Bach was koud drie jaar Thomascantor. Dat jaar schreef hij in ieder geval 16 cantates, het motet Fürchte dich nicht en de 6 partita’s voor klavier. In hetzelfde jaar schreef François Couperin zijn Nations de Apotheose de Corelli. Handel’s opera Alessandro ging in première en een onbekende Nederlands Vlaamse kunstenaar schilderde en kraste een dronken boer in een kroeg.

Het krassen is een techniek van o.a. Rembrandt die met de achterkant van zijn penseel door de natte verflagen heen kraste en zo snel een beoogd effect kon bereiken wat anders veel tijdrovender geweest zou zijn.

Wanneer Bach zijn cantates moest schrijven deed hij dat in zijn schrijfkamer zodat hij ongestoord met als gezelschap, niet onbelangrijk, een kruikje brandewijn zijn werk kon doen. Uit dat zelfde jaar stamt Bach’s cantate Brich den Hungrigen dein Brot. Het is één van de mooiste cantates die Bach heeft geschreven. De cantate begint met een motet. Iedere zin uit de tekst krijgt zijn eigen muzikale vertaling. Bijzonder is dat het orkest niet ondersteunt of collaparte meespeelt maar zijn eigenwijze gang gaat. De verschillende instrumentengroepen wisselen elkaar tegen de maat in af met tekens twee achtsten in een driekwartsmaat. De bas, die op iedere tel een achtste speelt, houdt de boel bij elkaar. Het effect is dat de verschillende instrumenten elkaar telkens een stukje muziek doorgeven, een beeld wat we nog kennen van het lossen van vrachtwagens bij rampen e.d. Dat beeld zou prachtig passen bij het verhaal dat de cantate geschreven zou zijn voor een inzamelingsactie ten behoeven van uit het Katholieke Salzburg gevluchte protestanten die in 1732 in Leipzig waren beland. De tekst is ook bijzonder passend. Hoe mooi ook, in 1726 waren de protestanten nog in Salzburg. Het verhaal is inmiddels ontzenuwd, maar de cantate is en blijft nog een meesterwerk.

Het Leeuwarder Madrigaalkoor zingt op 29 februari in de Grote of Jacobijner kerk in Leeuwarden Brich dem Hungrigen dein Brot.



Nach dir Herr verlanget mich BWV 150

Cantate BWV 150 is een vroege cantate. Bach schreef hem in de tijd dat hij nog organist was in Arnstadt of, wat aannemelijker is, net daarna in Mühlhausen. Hij was geen cantor dus er was geen noodzaak om een cantate te schrijven. We nemen aan dat de cantate ook niet voor een kerkelijke dag geschreven is. In 2010 ontdekte men in een manuscript te Londen dat er in de tekst van de delen 3, 5, en 7 het acrostichon verborgen zat van Doktor Conrad Meckbach.

3 Aria DOKTOR

Doch bin und bleibe ich vergnügt, Obgleich hier zeitlich toben Kreuz, Sturm und andre Proben, Tod, Höll und was sich fügt. Ob Unfall schlägt den treuen Knecht, Recht ist und bleibet ewig Recht.

5 Aria CONRAD

Cedern müssen von den Winden Oft viel Ungemach empfinden, Niemals werden sie verkehrt. Rat und Tat auf Gott gestellet, Achtet nicht, was widerbellet, Denn sein Wort ganz anders lehrt.

7 Chor MECKBACH

Meine Tage in dem Leide Endet Gott dennoch zur Freude; Christen auf den Dornenwegen Führen Himmels Kraft und Segen. Führen kan kühren zijn Bleibet Gott mein treuer Schutz, Achte ich nicht Menschentrutz, Christus, der uns steht zur Seiten, Hilft mir täglich sieghaft streiten.

Doktor Meckbach was raadslid van de stad Mühlhausen en uit dien hoofde zorgde hij ervoor dat Bach zonder enige sollicitatie procedure benoemd werd tot organist van de Blasiuskirche aldaar. Feit is dat Bach bij zijn inauguratie Christ lag in Todesbanden in de Blasiuskirche uitvoerde. Om precies te zijn op 24 april 1707. Misschien werd er op die dag ook cantate 150 uitgevoerd, maar aannemelijker is dat de cantate geschreven is voor een hoogtijdag in het leven van Meckbach. Meckbach werd in juli 1707 burgemeester van Mühlhausen. Het is dus waarschijnlijk dat de cantate in juli 1707 daar voor het eerst is uitgevoerd.

De cantate begint met een voor een vroege Bach kenmerkende korte symfonia, die qua thematiek het daarop volgende koordeel al aankondigt Het tweede deel heeft het karakter van een klein motet. De daarop volgende aria is de enige solo aria. Kennelijk had Bach een goede sopraan tot zijn beschikken en waren de andere stemmen iets minder. Ook deel vier is weer een klein motet, waarbij de tekst als 'Leite mich' muzikaal met een stijgende toonladder verklankt wordt. Het terzet dat daarop volgt heeft een basso continuo met zestienden figuren die aan het slot nog even solo door de fagot overgenomen worden als illustratie dat " Sein Wort ganz anders lehrt "

Het zesde deel is ongetwijfeld Bach maar op een of andere manier doet het me denken aan Brahms Deutsches Requiem. Er is geen enkel bewijs voor dat Brahms BWV 150 al kende toen hij het requiem schreef tussen 1857 en 1868.

Het zevende deel is een chaconne, een variatie op een zich steeds herhalende bas. Het is een techniek die in de Vroeg Barok, zie Monterdi's slotduet uit l'Incoriniatione di Poppeia, uitermate geliefd was. Wat wil het geval? In 1885 wordt cantate BWV 150 voor het eerst weer eens herdrukt. In datzelfde jaar componeert Brahms zijn vierde symfonie met als slot een chaconne met hetzelfde thema.

Toeval of niet, zeker is dat u een dergelijk concert van het Leeuwarder Madrigaalkoor maar eens in de vier jaar mee kunt maken.

(Grote Kerk Leeuwarden, 29 februari 2020, 20.00 uur)



We hopen dat u weer op ons concert aanwezig zult zijn.





Bestel hier uw kaarten

Of stuur een mail naar bestel@leeuwardermadrigaalkoor.nl om uw kaarten te bestellen in de vroegverkoop.

Voorverkoop: € 25,- / aan de kassa € 27,50











Recensie van ons concert op 25 mei 2019

Recensie van ons concert op 25 mei 2019

Recensie van ons concert op 10 oktober 2015

Recensie van ons concert op 15 en 16 november 2014