Leeuwarder Madrigaalkoor



Voorjaarsconcert Leeuwarder Madrigaalkoor

18 april 2026, 20.00 uur, Grote Kerk Leeuwarden


Johann Sebastian Bach:

BWV 78 Jesu, der du meine Seele
BWV 140 Wachet auf, ruft uns die Stimme
BWV 236 Missa in G
BWV 1149 Der Gerechte kommt um




Bestel hier uw kaarten

Of stuur een mail naar bestel@leeuwardermadrigaalkoor.nl

Kaarten in de voorverkoop en aan de kassa:

€30,- inclusief pauzedrankje




Omstreeks 1739 schrijft Bach vier Missen. Lutherse missen worden ze genoemd, want echte missen zijn het niet. Ze bestaan slechts uit een Kyrie en Gloria. Beide delen zouden nog een plek kunnen hebben in de Lutherse eredienst. Latijn in de kerk was niet door Luther verboden maar ook niet gebruikelijk. Kyrie en Gloria mochten. Toch wordt nergens vermeld dat de missen kort daarop in Leipzig zijn uitgevoerd. Voor het katholieke hof in Dresden waren ze, gezien de beperkte delen, niet geschikt. Een andere bijzonderheid is dat ze alle vier parodieën zijn. Ze zijn ontleend aan oudere cantates, oude muziek met andere tekst.

Bach was al een paar jaar gestopt met telkens nieuwe cantates voor de eredienst te schrijven. Er waren er genoeg. Waarom dan vier 'missen' met eigenlijk oud werk?

Er valt slechts te speculeren. Cantates waren door hun tekst in de jaarkalender beperkt bruikbaar en dan ook nog enkel in de Lutherse liturgie. Teksten als Kyrie en Gloria konden in iedere eredienst gebruikt worden ook in andere dan de Lutherse. Misschien zag Bach het als een kans om zijn werk ook buiten Leipzig uitgevoerd te krijgen. Blijft wel de vraag waarom hij er na vier missen mee is gestopt. Leuk idee, weinig respons?

Voor de mis in G gebruikte Bach cantate 179 'Siehe du dass deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei' voor het Kyrie en het Quoniam van het Gloria. Bach moet op enige wijze trots geweest zijn op die compositie. Het openingskoor is een spiegelfuga. Het thema spiegelt zich. Wat omhooggaat, gaat naar beneden en andersom.

Leeuwarder Madrigaalkoor

Voor het eerste deel van het Gloria gebruikte Bach het openingskoor van cantate BWV79 'Gott, der Herr, ist Sonn' und Schild' maar dan zonder de triomfantelijke hoorns en pauken. Het toont Bach's manier van werken. Eerder werk gebruiken prima, maar dan wel op zo'n manier dat alles klopt. De aria ' Gratias agimus tibi' is muzikaal geleend uit de cantate 159 ' Warum betrübst du mich mein Herz'. Vanwege de andere tekst heeft Bach de zangpartij enigszins aangepast. Het 'Domine Deus' is te vergelijken met het duet uit cantate BWV 79. Bach maakt nu van de baspartij een partij voor alt. Voor het 'Quoniam' gebruikt Bach weer cantate BWV 179, maar hij was gedwongen het te herzien. De aria in BWV 179 gaat over huichelaars. De muziek moet milder. Hij schrapt het orkest. Er blijft één viool over die samen met de hobo en het continuo speelt. Het tempo wordt met adagio een stuk langzamer. Het laatste deel 'Cum sancto spirito' klinkt een grote fuga ontleend aan cantate BWV 17 ' Wer Dank opfert, der preiset mich' ter glorie van God.

De mis is een prachtige vorm van 'Recycling': met iets ouds iets nieuws maken. Het waarom van de mis doet er nu niet toe. Het is een briljant kunstwerk op zich.




Het LMK, eerder in het nieuws



Recensie van ons concert op 25 mei 2019

Recensie van ons concert op 25 mei 2019